Zelf Dahlia's kweken
Bij
diverse Amateurtuindersverenigingen
worden door
de leden
Dahlia's gekweekt.
Dit
gebeurt vaak
op kweekbedden
van ongeveer
5 meter lengte
bij een
breedte van 1.20 meter.
Bij de diverse tuinverenigingen en Dahliaverenigingen kunt u zich daarvan in de
zomer vergewissen.
De
totale beschikbare oppervlakte is daarbij dus per kweekbed: 500x120 cm =60000
cm2.
Je
kunt daarop dan ongeveer
planten:
46
kleinbloemige planten,
36
middelgroot
bloemige
planten
en 28 grootbloemige
planten.
De
verschillen in aantallen hebben te maken met de grootte van de afzonderlijke
gewassen per soort. Daarbij is de voedsel- en waterbehoefte leidend.
Als
stelregel kan men hanteren, dat de bloemgrootte van de soort de kweekruimte
bepaalt.
![]() |
Plaats de stekken gelijkmatig over het kweekbed een indeling van 2 evenwijdige rijen bevalt het beste. Het vergemakkelijkt het onderhoud en geeft de planten meer lucht en licht bij de opgroei. Plaats
eerst een pootlijn in de lengte van het kweekbed en poot de stekken in de rijen
op een afstand van ongeveer 23 tot 37 centimeter.
Houdt
tussen de rijen zelf een afstand van ongeveer 40 centimeter aan.
Begin met twee planten aan de kop
van het kweekbed. Blijf daarbij ruim binnen de zijkanten van het denkbeeldige nog aan te brengen steunmateriaal, waarvoor u ook weer gaas kunt gebruiken. Het zogenaamde Chrysantengaas is daarvoor doelmatig. Beter is het echter speciaal daartoe vervaardigd gaas met vakken van 20x17 cm te gebruiken voor de grootbloemige soorten. |
Kweekbedden
Dahlia's tuin Ons Genot 2002
![]() |
Ga door met het planten tot u alle stekken hebt geplant. Ook de Dahliastek moet u voldoende aandrukken bij het planten, waardoor deze beter aan zal slaan. Geef ze na het planten altijd ruim water. Herhaal het water geven tot er van een duidelijke groei sprake is. Bij voortdurende droogte is het goed eenmaal in de week het kweekbed door en door nat te maken. Doe dat het liefst 's morgens, zodat het gewas voldoende kan drogen. Bevloeien van de grond is beter dan het natspuiten van het hele gewas. Teveel water geven bij warm weer heeft echter tot gevolg, dat de planten erg vroeg aan de bloei toe zijn. Dit gebeurt nogal gauw bij de kleine en middelgrote soorten. Voor de vaas op tafel is dat leuk, maar voor een kweker, die naar een tentoonstelling toewerkt is dat verschijnsel minder plezierig. Overigens zijn er ook flink veel amateur Dahliakwekers, die niet met stekken werken. Zij plaatsen elk jaar opnieuw een hoeveelheid overjarige knollen op hun kweekbedden. |
Dahlia's
op de rij.
Over het algemeen kun je er van uit gaan, dat knollen meer gewas gaan geven dan
bij het werken met stekken. Daarom is het verstandig de te planten knollen wat
meer ruimte te geven. Ga er bij dat planten maar vanuit dat een afstand tussen
de knollen van 45 tot 50 centimeter doelmatig is.
uiteraard
is het nodig de kweekgrond tevoren goed open te werken en gelijktijdig te
bemesten met wat organische mest. Greco-, Culterra en Koemestkorrels zijn
daarvoor doelmatig en gemakkelijk toepasbaar.
De
knollen dienen wat verdiept te worden ingegraven. Een klein stukje van de oude
bloemstelen mag dan maar zichtbaar zijn. Het planten van de knollen
Zo
krijgen de overige scheuten wat meer
Hoe
te bemesten en hoe verzorgen we de grond
In
zijn algemeenheid kan gesteld worden, dat de kweek van Dahlia's
bemestingstechnisch gesproken overeenkomt met die van de Chrysant. (zie hiervoor
hetgeen bij de kweekbeschrijving van de Chrysant is vermeld)
Voor
beide geldt, dat een overbemesting met stikstof niet wenselijk is. Je krijgt
daardoor te slungelige stelen en te losse bloemen, die ook eerder smetten.
Dit
geldt overigens niet voor de beginfase van de groei. Daarbij is vaak een extra
stikstofgift van belang om de bladvorming op gang te helpen.
De
planten zullen daardoor in het vervolg wat groter worden. Teveel stikstof in het
verdere verloop
van de groei
belemmert bij de Dahlia ook vaak een goede knolvorming. Wees er dus voorzichtig
mee.
Als
u het toch wilt toepassen, gebruik bijvoorbeeld
dan
magnesiumsalpeter.
Een
goede bemesting vervolgbemesting kan bestaan uit bijvoorbeeld DCM Mix2, Culterra.
Greco, gedroogde koeimest, stikstofarme kunstmest etc.
Pas
bij het toepassen van kunstmest wel op voor verbranding, breng het niet aan op
de planten, maar tussen de planten.
Doe
dat in kleine hoeveelheden en spoel de meststof altijd in met ruim water.
Verder
is het zaak de toplaag steeds luchtig en onkruidvrij te houden. Ga daarmee door
tot de planten het gehele kweekbed bedekken. Onkruid krijgt dan geen kans meer.
Teveel grondbewerking kan wortelbeschadiging tot gevolg hebben.
Als de planten flink aan de groei zijn, dan zult u vlak onder de oppervlakte al
snel een flinke beworteling aantreffen. Beschadig deze wortels zo min mogelijk.
Voorzichtigheid
is dus ook hier de moeder van de porseleinkast.
Het
planten, toppen en dieven van de Dahliaplanten
De
Dahliastekken kunt u ongeveer vanaf half mei in de volle grond plaatsen. Dan is
veelal de kans op nachtvorst voorbij. Dreigt er toch nog nachtvorst zorg dan
voor een nachtbescherming d.m.v. omgekeerde potten of een stuk noppenplastic.
Omstreeks
half
tot eind
juni zijn de planten zover aan de groei, dat ze kunnen worden getopt. Doe dit
echter pas wanneer er minimaal 6 zijbladen aan de plant zitten. Uit de oksels
van de zijbladen ontwikkelen zich straks de bloemtakken.
Bij
6 bladen zijn we dus redelijk verzekerd van een voldoende aantal bloemtakken.
Meer bladen aan de stek bij het toppen geven dus ook meer bloemtakken. Bij de
kleine en middelgrote soorten kan dit een voordelige zaak zijn.
Naast
de te verwachten hogere opbrengst van de zogenaamde "eerste snee"
zullen de bloemen zich ook wat trager ontwikkelen.
Daardoor
wordt het aansturen op de tentoonstelling(en) wat beter in de hand te houden.
Bij
de grootbloemige soorten moeten we echter slechts maximaal 6
tot 8 bloemtakken
per plant laten opkomen.
Meer
bloemstelen zal de ontwikkeling van de eerste snee te ver vertragen. U loopt dan
kans de bloemen na de tentoonstelling pas snijdbaar te hebben. Daar heeft u dus
weinig aan.
Na
het toppen verschijnen in de bladoksels de bloemstelen. Deze kunt u onbeperkt
laten doorgroeien
tot ze een hoogte hebben bereikt van ongeveer 75 cm.
Het
plaatsen van steunmateriaal en de begeleiding van de planten
Plaats
op dat moment of kort daarvoor het steungaas boven het kweekbed.
Voor
het ophouden van het steungaas dient u voldoende stormvaste paaltjes te
gebruiken.
Gebruik
het liefst ijzeren of andere metalen paaltjes. Houten gaat ook wel, maar die
zijn in de praktijk te snel aan rotting onderhevig.
De
palen en het gaas kunt u aanbrengen, zodra de planten het kweekbed als het ware
bedekken.
Eerder
plaatsen mag wel, maar maakt het onderhoud moeilijker. Het plaatsen van het gaas
is een handigheid, die u snel onder de knie zult krijgen.
Op
het kweekbed plaatst u palen iets binnen de denkbeeldige grens van het gaas. Per
kweekbed van 5 meter kunt u volstaan met 6 palen. Twee stuks aan elke kop en
twee stuks in het midden.
Span
het gaas vervolgens over de palen en borg het dmv een borgdraadje op elke paal.
Houdt voor de koppen van de bedden iets meer gaas over. Dit kunt u naar beneden
omvouwen en met de uiteinden aan de koppalen bevestigen. Zo maakt u een soort
kooitje, waabinnen de bloemstelen volop steun kunnen vinden. Dit voorkomt het
naar buiten groeien van de kopplanten, die door wind en regen anders te
gemakkelijk af zullen glijden naar een laag bij de gronds nivo.
Als
hoogte voor het gaas kunt u 75 cm aanhouden. Eventueel dient u dit later omhoog
bij te stellen voor hoog opgroeiende soorten.
![]() |
De
plaatsing is
eigenlijk identiek
aan die bij de Chrysant. Zorg er ook hier voor, dat er geen stengels in de
verdrukking komen en geleidt
ze voorzichtig door een gaasopening. Dit
met de hand geleiden blijft u doen tot alle bloemstengels door het gaas zijn
gegroeid. Na
nog een paar weken zijn de bloemtakken zover gegroeid, dat de eerste knopjes
tevoorschijn komen. Direct daarop verschijnen in de bladoksels van de bloemtakken
de eerste diefjes. In de praktijk zult u alle diefjes tot aan of t/m het vierde
bladpaar,
gezien vanaf de hoofdknop,
moeten verwijderen. Dit
wegnemen gebeurt weer op de gebruikelijke manier door het diefje tussen duim en
wijsvinger te nemen en schuin naar beneden af te breken. Dit
geldt ook voor de twee bloemknopjes, die zich naast de hoofdknop ontwikkelen. Als
u de diefjes toch perse wilt afknijpen. Doe dit dan zo vlak mogelijk op de
hoofdstam af. Slecht afknijpen heeft weer die treurige
"vlaggenstokken" tot gevolg. |
Gaas
is aangebracht
Ga
door met dit dieven tot u alle bloemstelen hebt gehad. Intussen zullen zich de
eerste bloemen vormen.
Dit
is vooral bij de kleinbloemige en bolvormige
soorten het
geval.
Overigens kunt u bij veel soorten het arbeidsintensieve werk van dieven gewoon
overslaan. Dat is zeker niet nodig als u gewoon voor thuis in de vaas of in een
bloemstuk kweekt. Kwaliteit is dan niet zo nodig. Redelijke kwaliteit en vooral
een ruime bloemkeuze is dan meer van belang. Aan u dus de keuze.
Het
snijden van de bloemen
De
eerste bloemen kunt u dus gaan snijden. Het is dan omstreeks half augustus, of
wat eerder of later.
Snij
de bloemen het liefst met een scherp mes. Een
simpel maar wel scherp aardappelschilmesje is in de meeste gevallen het best
bruikbaar.
Doe
dat nooit overdag met de volle zon erop. Beter is het met het snijden te wachten
tot na 4 uur in de middag. Houdt voldoende steellengte aan.
Snij
de bloem echter niet te diep. Aan de bloemtak moet u namelijk minimaal 1
bladpaar laten zitten.
Dit is meestal het zesde of vijfde bladpaar van bovenaf gezien.
Uit
de bladoksels ontwikkelen zich daarna snel weer nieuwe bloemtakken, die na de
eerder aangehaalde behandelingen later weer nieuwe bloemen zullen leveren.
Dit
is vooral bij de kleinbloemige
soorten vaak
het geval. Bij de middelgrote soorten lukt de ontwikkeling soms nog net.
Bij
de grootbloemige soorten kunt u het echter wel vergeten. De tijd is tekort om
nog met een redelijke kans een tweede productie te verwachten. De grootbloemige
soorten kunt u dus met een wat langere steel afsnijden.
Dat
komt trouwens mooi overeen met de grootte van de bloem.
Klopt
dat even mooi!
Thuisgekomen
kunt u de bloemtakken voor u deze in een vaas plaatst het best nog even
aansnijden met een scherp mes. Hoe scherper het mes, hoe beter straks de
wateraanvoer naar de bloem zal verlopen.
Let
daar dus goed op.
Dit
snijden voor "eigen gebruik" kunt u aanhouden tot minimaal een week
voor de eerste tentoonstelling.
In
het algemeen geldt als stelregel, dat een Dahliabloem zich tien dagen na het
verschijnen van de eerste kleur in de knop tot rijpe bloem zal hebben ontpopt.
De
meeste bloemen houden het een vijftal dagen uit op vaas. Sommige soorten lukt
het zeker 7 dagen toonbaar te blijven!
De
Dahlia is dan ook bij uitstek een gelegenheidsbloem. In de korte
verschijningsperiode produceert hij echter een breed pallet zeer aansprekende
bloemkleuren en vormen. De Dahlia is daardoor zeer geschikt als
tentoonstellingsbloem.
Daarvoor gebruiken we hem dan ook met veel plezier
Het snijden voor de tentoonstelling
![]() |
Het
snijden van de Dahliabloemen gebeurt altijd een dag voor de opbouw van een
tentoonstelling. Snij
de bloemen zoals eerder gesteld altijd na vier uur
's middags
of als u er veel moet snijden vanaf de vroege ochtend. De
bloemen kunnen het best op soort in een ruime bloemenemmer worden geplaatst. Ga
door met het plaatsen in een emmer tot deze strak
vol is. Zorg er altijd voor, dat alle bloemstelen water aan kunnen zuigen. Gebruik altijd schoon water. Het aanbrengen van houdbaarheidsmiddel in het water kan wel maar is niet strikt noodzakelijk.
|
Schoon
water gebruiken is vaak voldoende voor het doel. Een druppeltje chloor in het
bloemwater voorkomt de bacterieontwikkeling en is daarom vaak aan te bevelen.
U kunt daarvoor ook chloortabletten gebruiken.

Een
bloemstuk bij Ons
Genot
Het
verwerken van de bloemen in showstukken of in vazen
De
Dahlia's worden bij tentoonstellingen opgewerkt in bakken van verschillende
aard.
Zorg,
dat deze bakken er voor het gebruik eerst goed gereinigd worden. Doe dit met
schoon water en een chloorhoudend wasmiddel.
Dit
geeft een zekere ontsmetting en voorkomt teveel bacterie groei.
In
de bakken plaatsen we tevoren oasis. Plaats de oasis zodanig, dat het strak in
de bak zit, 2 of 3 centimeter boven de rand van de bak uitsteekt en er voldoende
gietruimte overblijft om later het bloemstuk water te kunnen geven.
Laat
de oasis eerst goed volzuigen met schoon water. Dwing de blokken niet onder
water. Laat ze gewoon van onder af volzuigen.
De
oasis is met een flink mes gemakkelijk in de gewenste vorm te snijden. Ga nooit
proppen met oase, want dat vermindert later de water doorlaatbaarheid. De
bloemen kunnen daar hinder van ondervinden.
Voor
het plaatsen van de bloemen in de geplande showstukken of in de vazen, dient u
de stelen altijd nog eenmaal schuin aan te snijden.
Doe
dit met een scherp mes. Hoe scherper hoe beter stelden we reeds.
Verwijder
al het overtollige blad
onderaan de steel.
Veelal
zijn drie of vier overblijvende bladparen, gezien vanaf de bloem, voldoende.
Zorg
er altijd voor, dat er geen blad in het water terechtkomt. Dit blad gaat vrijwel
altijd snel tot rotting over. Met alle gevolgen van
dien.
Bij
het opsteken van bloemen in een showstuk met oasis
dient u de bloemtak altijd stevig en voldoende diep te plaatsen.
Dit
bevordert de aanzuigcapaciteit van de bloemsteel. Ondiep plaatsen zal vaak snel
het slap
hangen van een aantal bloemen tot gevolg hebben. Deze dienen in voorkomende
gevallen voorzichtig uit het bloemstuk
te worden verwijderd en opnieuw te worden aangesneden. Herplaatsen op de
juiste wijze is daarna de volgende stap.
Meestal
zal de bloem daarna in korte tijd herstellen. Let er bij het maken van
showstukken of het plaatsen in vazen op, dat de bloemen u altijd aankijken. Een
lichte draaiing van de bloemtak heeft vaak het gewenste gevolg.
O
ja, doe uzelf
en anderen een
plezier. Verwijder altijd eventueel nog aanwezige dieven uit
de bladoksels.
Doe
dit ook als de bloemen niet van u zelf zijn! Dit na te laten komt de show zeker
niet ten goede!
Werk
het met Dahlia's opgemaakte stuk als laatste af met wat geschikt bijmateriaal,
wat u voor dat doel tevoren heeft verzameld.
Takjes
en bladeren met een lange houdbaarheid zijn daarvoor goed te gebruiken.
Denk
daarbij aan Hedera, Acuba, Conifeer, Ledervaren etc.
Hoe
kom je aan Dahliastekken
Bij
de meeste bloemenzaken zullen vanaf het voorjaar
Dahliaknollen ter verkoop worden aangeboden.
Deze
knollen zijn echter meestal alleen geschikt voor plaatsing in de border. Goede
en eenvormige snijbloemsoorten zitten er vaak niet bij. Voor de juiste planten
ben je dus al gauw aangewezen op een stekkenkweker.
Deze
Dahliastekken
kwekers zijn in Nederland echter met een lampje te zoeken.
Echter
niet gewanhoopt. Er zijn enige adressen bekend alwaar u informatie over
Dahliastekken kunt verkrijgen.
Met
een beetje geluk kunt u daar ook zelfs de reeds lang door u verlangde soorten
verkrijgen.
Fijn
toch!
Deze
adressen zijn:
Dahliakweker
Geerlings zal u desgewenst van de benodigde stekken voorzien.
De
stekken zijn vaak iets duurden maar worden veelal op kluit geleverd. Via het
internet kunt u hem bereiken.
De nieuwste ontwikkeling is de mogelijkheid via het internet zelf Dahlia knollen te bestellen.
Dat
kan via de website
van Verberghe maar ook in Duitsland kunt u tegen redelijke prijzen wat
knollen bemachtigen.
Tegen
zeer concurrerende prijzen kunt u daar een flink aantal soorten bemachtigen.

Top
mix geel
Een
moeilijke bijzonderheid
Dat
kan men zeggen van het kweken van Dahlia's op pot. Het is te doen en de
resultaten zijn vaak opzienbarend.
Het
vereist echter onevenredig veel tijd om Dahliaplanten met een
tentoonstellingskwaliteit te kweken.
Voor
dit doel is de zogenaamde Topmix
Dahlia bij uitstek geschikt.
De
goede soorten hebben bloemen met open harten met daaromheen een krans van 8
platte bloemblaadjes.
Waar
moeten de planten aan voldoen om in de prijzen te vallen? Ga er maar even
recht voor zitten!
*De
inzending moet bestaan uit 3 planten van dezelfde kleur en soort. (Deze eis komt
alleen voor als u meedoet aan een kwaliteitskeuring bij een DVU of NDV
tentoonstelling)
*In
iedere pot mag zich slechts 1 plant bevinden.(deze
moet van stek af worden opgekweekt)
*De
potmaat is voorgeschreven op een maximale doorsnede van 18/19
cm.
*De
vorm van de 3 planten moet nagenoeg gelijk zijn en moet in verhouding staan tot
de
gebruikte pot.
*Er
moeten per plant al gauw minstens 25 goede bloemen aanwezig zijn.
*De
bloemen mogen niet te grof en ongelijk van vorm zijn.
*Uitgebloeide
bloemen moeten zijn verwijderd.
*Per
plant moeten er voldoende knoppen achter de bloemen aankomen.
*De
planten moeten stevig zijn, opbinden met stokjes is uit den boze.
*Het
blad moet er gezond groen uit zien en moet het liefst tot aan de rand van de pot
reiken.
*Eventueel
verdord blad moet uit de planten zijn verwijderd.
Als
je ze zo hebt gekweekt,
dan ben
je een spekkoper en ding je mee naar de prijzen.
Ieder
jaar zijn er mensen die het lukt.
Mogelijk
bent u dit jaar degene, die uw inspanningen met lauwerkransen bekroond zal zien.
Probeer
het ook eens of weer!
Stekken
of knolletjes zijn verkrijgbaar op of via de bovenstaande adressen.
Nadere
kweekinformatie zal desgewenst worden verstrekt.
Ook
kunt u bij de meeste tuincentra e.d. knolletjes van de Topmix
soorten verkrijgen.
Het
voordeel van het kweken vanaf knol is, dat u veel grotere planten zult
verkrijgen.
De
potmaat 18/19 cm is dan niet voldoende. Beter is een maat van 20 of meer
cm te gebruiken.
Nadeel
ervan is, dat er zich vanuit de knol soms meerdere slappe scheuten zullen
ontwikkelen.
De
plant krijgt dan al gauw een slungelig karakter.
Let
op Top mix gekweekt van de knol valt vanwege de afwijkende potmaat dan buiten
het bestek van het prijsvraagreglement van de DVU)
Wij
zijn benieuwd of u (nog) eens de stap zult wagen!
Hoe
kweek je die planten dan zult u zich afvragen. Welnu start in mei met een aantal
schone ompotten van zwart plastic maat 18/19.
Vul
de potten
op met een mengsel van goede potgrond en wat klei. Maak in het midden
een
pootgaatje en plaats daar de stek in. Druk de stek aan en geef vervolgens de
zaak water. Na een paar weken beginnen de stekken te groeien.
Top
de stekken als ze flink aan de groei zijn en herhaal dit toppen tot aan ongeveer
begin augustus.
Laat
daarna alle scheuten doorkomen en voer alleen nog modelsnoei uit. Geef de
planten geregeld extra water en bemesting.
Plaats
de potten vooral op een zonnige plaats. Dan krijgt u
mooie gedrongen planten.
Geef
bij voorkeur mest met een laag stikstofgehalte.
Houdt
de planten schoon. Dwz haal dorre bladeren weg en controleer ook
geregeld op ongedierte en ziektes.
Als
alles goed gaat heeft u eind augustus
een aantal schitterende planten met veel bloemen en knoppen.
We
wensen u er succes mee.
Dahlia's rooien en bewaren
![]() |
Voordat
de Dahlia's gerooid gaan worden is het beter een deel van het loof van de
plant terug te knippen. Dit
bevordert het
afharden van de knol en vergemakkelijkt het rooien zelf. Door
het loof af te knippen wordt deze ontwikkeling versneld. Het
is uitstekend verteerbaar en
derhalve in korte tijd omgezet in humus. De
nieuwe planten volgend seizoen zullen u er dankbaar voor zijn. Let op om
ziektes te voorkomen dient het loof wel diep ingespit te worden. |
Planten
die slecht of openhartig groeiden kunt u nu achterlaten bij het rooien. Het
omgekeerde is echter
ook mogelijk. Soms zit er in een kweekbed een verdwaalde maar leuke soort of een
leuke mutant op een soort, waarmee u later verder wilt kweken. Het is dus zaak
deze te merken voordat u begint.
Ook kunt de zaak omdraaien en eerst de gemerkte foute of juist gewenste
bijzondere planten verwijderen, zodat u slechts juiste exemplaren over houdt.
Sommige knollen blijken bij het rooien haast geen wortelknollen te hebben
gemaakt. Deze exemplaren zijn moeilijk over te houden en derhalve kunt u ze
beter direct verwijderen.
Op deze foto ziet u het proces van het rooien van de knollen van de Dahlia's in
volle gang
![]() |
Spit
met een riek of spade de knol zoveel mogelijk los uit de grond. |
De knollen zijn gerooid, schoongemaakt en gedroogd. Het is nu zaak ze klaar te maken voor de winterperiode.
![]() |
In
dit geval worden de knollen al voorgeplaatst in de oplegbakken. Op de
bodem van de bak komt een
laag potgrond. De knollen worden
daarop gelegd en vervolgens afgestrooid tot aan de kraag met potgrond. Per
soort worden een of meer etiketten met de soortnaam
bijgeplaatst. De bakken worden in dit geval
|
dus
geheel droog opgestapeld neergezet. Het is zaak dat de
knollen voldoende luchtig blijven, zodat rotting
geen kans krijgt.
Tijdens de overwintering is een bewaartemperatuur van omstreeks 6 tot 10 graden
prima. Vorst erop ente
hoge temperaturen dienen voorkomen te worden. Als u de knollen te warm en te
droog bewaart loopt u kans, dat ze te ver in gaan
schrompelen en zo eendeel
van hun levensvatbaarheid verliezen. Als dat toch het geval is, dan kunt u de
zaak in het voorjaar nog
redden door de knollen een
paar uur in een bak met lauwwarm water te plaatsen. Veelal zullen ze dan
weer
volzuigen en zien ze er weer als nieuw uit.
Dat overhouden in oplegbakken hoeft natuurlijk niet. De manier waarop u het zelf
doet is afhankelijk van
uw omstandigheden
en van de hoeveelheden die u over wil houden. Over de beste bewaarwijze zijn
zelfs de grootste kenners het niet eens. Als
u rekening houdt met de optimale temperatuur omstandigheden
dan komt u al een heel eind in de goede richting. Controleer de
knollen 's winters wel geregeld
op rotting en ziektes of ongedierte. Denk
er ook aan, dat muizen en ratten er dol op zijn.
Dahlia's
vermeerderen
Vermeerderen via zaad
![]() |
Dahlia's
vermeerderen kan gebeuren op een aantal manieren. De eenvoudigste manier is het
vermeerderen via zaad.
|
Het
gegeven
schept echter wel talloze mogelijkheden in het kweken van nieuwe variëteiten.
De huidige duizenden geregistreerde soorten bewijzen dat ten volle. Het zoeken
naar nieuwe vormen
en
rassen is echter vrijwel geheel natuur gestuurd. Het gericht kweken ervan komt
niet verder dan
bepaalde
soorten dicht bij elkaar zetten, waardoor de kans op een gewenste voltreffer wat
vergroot
wordt.
Voor de rest doet de natuur, met name door hulp van bijen en hommels en
vlinders etc.
zijn werk.
De
rijpe zaaddozen dienen in de herfst gewonnen te worden en op een droge
en vorstvrije plaats te
worden
bewaard bij een niet te hoge temperatuur.
In het voorjaar kunt u de zaden in een bak met goede potgrond of zaaigrond
voorkweken.
De
opgekomen plantjes kunnen het best zodra ze hanteerbaar zijn worden opgepot in
kleine
stekpotjes
met potgrond.
Vanaf half mei kunnen de planten buiten op de kweekbedden of in de border als u
dat wenst
uitgeplant
worden.
Let
op dat de slakken gek op jonge Dahlia's zijn. Neem tevoren maatregelen
hiertegen.
Zaaddozen
van Dahlia's zien er veelal op een bepaalde manier uit. Gangbaar is,
dat bijvoorbeeld
openhartige
bloemen puntvormige zaaddozen voortbrengen.
Gevuld
bloemige geven zaaddozen met een wat blokkerige structuur. De puntvorm komt er
wel bij in
voor,
maar dat is dan weer van knollen die openhartige bloemen
produceerde.
Let op, dat alle Dahlia's stammen uit een aantal grondvormen meestal afkomstig
uit Midden Amerika.
Deze
planten hadden alle niet alleen soms nietige bloeiwijzen,
maar ook allemaal openhartige bloemen.
Door
veredeling en kruisingen zijn in de loop der jaren de huidige rassen ontstaan.
Dat er nogal wat variëteiten zijn ontstaan kunt u zelf beoordelen in de
foto albums
bij o.a.
Webshots
Vermeerderen via stek
Hieronder
ziet u hoe een aantal knollen in een kistje worden opgelegd om straks verder
zelf stekken te
winnen.
![]() |
Leg in een kistje of bak eerst een laag goede potgrond. Leg daar de schonen knollen of tenen op. Bedek de knollen en tenen verder met een laag potgrond. Houdt de veredeling waaruit straks de stekken ontstaan vrij van potgrond. Plaats deze bakjes omstreeks eind februari tot begin maart op een gunstige zonnige plaats. Geef de zaak geregeld water. Niet te veel om rotting te voorkomen. Houdt de kweekruimte op goede temperatuur (minstens 20 graden) en houdt de zaak luchtig. Dat voorkomt rotting en dergelijke mindere zaken. Controleer geregeld of alles goed gaat. |
Als
de stekken verschijnen, dan kunt u deze als ze voldoende groot zijn (minstens 1
bladpaar)
voorzichtig
met een scherp mes vlak bij de kraag afsnijden. De kraag is dan de plaats net
boven de
knollen,
in feite is het de oude ingekorte stam van de Dahliaplant.
Verwijder
de stekken het liefst met een scherp mes of voorzichtig met de hand, zodanig,
dat een deeltje
van
de kraag meekomt.
Vanuit
dat deel wortelt de stek straks heel gemakkelijk. Desgewenst kunt u de stek in
wortel
bevorderingspoeder
dopen, dat versnelt
de
beworteling in sterke mate.
Plaats
de stekken in een stekkenbak met veel zand (rivierzand) en weinig potgrond. Zet
een watervaste
etiket
bij de stekken, zodat u straks nog weet wat wat is. Als de stekken aan de groei
zijn kunt u ze
omstreeks
begin mei buiten afharden op een vorstvrije plaats.
Vanaf
half mei kunnen de stekken uitgeplant worden op de kweekbedden of in de border.
Vermeerderen
via knoldeling
Dit
plaatje geeft een uitstekend beeld van hoe een Dahliaplant vermeerderd kan
worden door deling
of
scheuring.
![]() |
Bij
deze wijze van vermeerdering moet u er altijd voor zorgen dat er per af te
snijden of |
Tot
slot nog een bijzonderheid voor het vermeerderen van knollen via stek of
deling. Dahlia zaden
geven
dus allemaal andere planten. Vermeerderen via knol of
stek levert in principe dezelfde soort
planten.
Het variabele van de Dahlia zit
hem dus vooral in de zaadvermeerdering. Zij het dat variaties
via
de stek of de
knol toch weer maar dan sporadisch voorkomen. Dit zijn de zogenaamde mutanten op
een
soort. Meestal zit de grootste wijziging dan in de bloemkleur.
Ziektes
en plagen
De
Dahlia heeft twee grote vijanden en dat zijn te weinig water, waardoor de
ontwikkeling remt of stopt
en
te veel water, waardoor ziektes in het gewas kunnen ontstaan.
Te weinig water zal tot gevolg hebben, dat de planten en bloemen niet goed
ontwikkelen. Dat kan zeker
niet
de bedoeling zijn.
U wilt straks immers thuis bloemen in de vaas of meedoen met een inzending bij
een tentoonstelling
van
Dahlia's.
Als er sprake is van te weinig water, dan is dat meestal een gevolg van de
natuurlijke omstandigheden.
Weinig
regen en een
lange periode van warm weer zal de voorraad beschikbaar water voor de Dahlia's
snel
uitputten.
Gevolg
geen groei meer en zelfs
verbranding zal het gevolg zijn. Dahlia's geplant op hoge gronden en
in
erg luchtige gronden zullen daar veel last van hebben. Het is dus zaak water bij
te geven. Doe dat
niet
meer dan eens in de week maar dan goed en het liefst 's morgens. Het verdient de
voorkeur de
bedden
te bevloeien in plaats van de hele plantenmassa nat te maken. Als de Dahlia's
te nat de nacht in
gaan
dan loopt u een ferme kans op een aantasting van schimmels.
![]() |
Veelal
zullen van onderuit bij de plant vlekken op de bladeren ontstaan. Deze
zijn het gevolg van sporen
van schimmels die in de grond huizen. De vlekken ziet u steeds terug op
het oudere blad. |
![]() |
Op
deze foto ziet u het effect van struiken en bomen dicht bij Dahlia's. |
![]() |
Cicaden
en Wantsen zijn een paar van de grootste vijanden van de Dahliakwekers.
Deze nietige beestjes
zullen vanaf begin juni
graag een bezoekje brengen aan uw Dahliabedden. |
Zodra
hij echter in grote getale op uw Dahlia's gaat
voorkomen,
dan heeft u een probleem.
De oorwurm is namelijk bijzonder gek op bepaalde soorten Dahliablad. De Garden
Wonder is zo'n
voorbeeld.
We
hebben zelf in het verleden
ervaren, dat ze hem bijna geheel kaal vraten. Als dat bij u ook het geval
is
neem er
dan maatregelen tegen. Zoek de nesten op en roei deze uit. Ook kunt u bij de
planten
omgekeerd
wat potjes plaatsen met wat hooi, stro of krantensnippers
erin. De oorwurmen zullen daarin
gaan
huizen en vervolgens kunt ze overdag onschadelijk maken.
![]() |
Prachtig
ziet het er vaak uit, die vlinders op de Dahlia's. Veel vlinders op uw
Dahlia's geven echter naast mooie beelden
wat
mindere zaken. |
![]() |
Slakken
zullen als ze in grote getale voorkomen uw planten zwaar beschadigen. Neem daar dus maatregelen tegen. Veel Emelten in de grond is ook een probleem. Als ze wat groter zijn worden het ware vreters. Ze zullen de stam van de Dahliaplant vaak helemaal doorknagen. Vang bij aantasting de Emelt weg door met een schepje wat in de grond te woelen bij een aangevreten plant. |
Als u geluk heeft, dan vindt u zo'n grijsgroene vreetmachine, waar straks de welbekende langpootmug uit zal ontstaan. Als u er een gevangen heeft, dan mag u ermee doen wat u wilt. Ze zijn (nog) niet beschermd.